Matil
tekst en muziek : Robby
Ik kwam heur zomaar tegen in ‘t midden van de stad
en was compleet verloren, zoiet haddek na nog nooit ni g‘had
ik wist ni hoe da‘t kwam, mor ik kwam tot het besluit
dat ne schat van een joenk was mor met ne hele lelijke snuit
Matil, Matil, al ston oe oogskes wa kadul
oep auwe grote scheve neus staat een dikke vette vrat
en bovenop a beentjes een dik gezellig gat
Matil, Matil, gij zé de vrouw die d‘ak kik wil
ze sprak van da koeterwaals, waarda kik niks kon van verstaan
mor de liefde hee gin woorden nodig , nemt da van mij aan
want veur da we ‘t wisten lagen we in heur bed
z‘had eerst heur valse tanden nog oep het nachtkaske gezet
gelak ze was gekomen is ze weggegaan
z‘ hee mij veur ne rijke vent uit Brussel laten staan
Z‘is na beter af da was een heel goei keus
ze kreeg van ‘em drei kinderen , een vals gebit en ne nieve neus
wada‘k die nacht heb meegemokt is nen droom veur elke vent
het was nen heten duvel met een zuiders temprament
hemmek ooit nog is een lief ni al te knap of te charmant
mor ‘t moet eentje zonder tanden zen, want da is toch wreed plezant